Zo’n 4 miljoen Nederlanders hebben een chronische ziekte. Een kwart daarvan heeft zelfs twee of meer chronische aandoeningen. Vaak is het niet aan ze te zien. Toch ‘lijden’ ze, ieder op hun eigen manier.

Ze hebben bijvoorbeeld continu pijn. Te weinig om plat te spuiten, teveel om normaal te kunnen leven. Of ze zijn constant moe, terwijl ze weinig doen.

Soms staan ze aan het begin van een gevaarlijke ziekte. Uiterlijk niet zichtbaar, maar hun energieniveau wisselt, net zoals hun stemmingen.

Of ze hebben psychisch leed, zware depressies. Daar helpt geen ‘je moet er eens even uit joh’ tegen. Chronisch zieken zitten ook vaak in allerlei medische circuits. Alleen die al verslinden energie en tijd.

Aanstellers?

Mensen met een chronische aandoening stuiten vaak op onbegrip, zelfs bij artsen. Er wordt tegen ze gezegd ‘ga eens een lekkere wandeling maken, daar knap je van op.’

Of door kennissen ‘stel je niet zo aan.’ Domme reacties, en zelfs kwetsend.

Je kunt beter een gebroken been hebben. Dat begrijpt iedereen en je bent vlugger hersteld.

Tips voor de omgeving

  • Leef je in! Wat zou het voor jouw leven betekenen als je zoiets had?
  • Neem de ander serieus. Chronisch zieken willen niet beklaagd of gepamperd worden, wèl geloofd.
  • Realiseer je de impact op de partner. Die heeft ook minder ‘een eigen leven.’

Tips voor de chronisch zieke

  • Richt je op wat nog wèl kan. Geniet van dingen die vroeger onbelangrijk leken, maar nu juist heel waardevol zijn.

  Spreek dingen uit. Rustig en feitelijk. Dat helpt voor wederzijds begrip.

  • Ga bewuster met je weinige energie om. Leer ‘nee’ te zeggen. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af dat je maar één afspraak per dag buitenshuis doet. Dus niet ’s ochtends voor onderzoek naar het ziekenhuis, ’s middags boodschappen doen, en ’s avonds naar een verjaardag. Doseer en maak keuzes, hoe moeilijk ook. Houd een agenda bij op je mobiel of een kleine agenda in je tas, zodat je altijd overzicht hebt. Ga niet meteen op uitnodigingen in, maar zeg dat je er op terugkomt en check je agenda. Daarmee voorkom je dat je een kaars bent die aan twee kanten brandt.
  • Tot slot: met je ervaring kun je ook lotgenoten helpen. Gewoon vanuit je stoel, op de social media.